De echte volwassenheid

 

De echte volwassen mens voelt zich innerlijk onafhankelijk, op een krachtige wijze (zelfverkenning door ’t accepteren van zichzelf).
De volwassene ontdoet zich zelfstandig van problemen en lasten van buitenaf.
Hij blijft op een natuurlijke wijze eenvoudig; bewijst zich zelf zonder hoogmoed en ziet alles als deel van een groter geheel.

Naar de mate waarin een kind in zijn jeugd zelfstandig heeft mogen zijn, dat wil zeggen: heeft mogen luisteren naar zijn eigen innerlijk weten en deze heeft mogen uiten en serieus nemen, naar die mate, zal het, afhankelijk daarvan, zich eerder tot een volwassen mens ontwikkelen.

Volwassenheid ontwikkelt zich vanuit innerlijk weten tot zelfstandigheid naar buiten toe.
Tijdens de volwassenheid zijn er periodes waarin de mens zeer diepe ervaringen kan meemaken, die versnellend op de ontwikkeling werken èn periodes waarin het minder diep en langzamer gaat, b.v. kinderen krijgen; ’t huis uitgaan; scheiding.

Naast een periode die onder invloed van de hormonen wordt doorgemaakt, b.v. de menopauze, zijn er zo om de zeven jaar periodieke verdiepingsmomenten (halverwege vindt er dus meestal een kering plaats).

Op zo’n moment wordt de geestelijke vaardigheid dieper in de stof geïncarneerd en worden specifieke ontwikkelingen voor die leeftijd benadrukt, daar de gevoeligheid daarvoor op dit moment het grootst is.
De mens kan nu voor zichzelf spreken vanuit eigen doorleefde ervaring.

Zo toetst hij zichzelf aan de beleving van anderen; eigen beleving staat centraal.
Belangrijk is dat hij zich door eigen beleving laat leiden.
Het wereldgebeuren krijgt aandacht; er is een groot gevoel voor broederschap.

Men voelt zich sterk verbonden met anderen; voelt zich zelfstandig en minder afhankelijk; de individuele zeggingskracht is, in het groepsgebeuren, vergroot; men is hier in zichzelf bevestigd, waardoor men zich aan anderen kan geven: b.v. zich verbonden weten aan ’t wereldgebeuren.

 

Reacties zijn gesloten.