Adolescentie (21-28)

 

In de puberteit moet de jongere zich van al die aspecten bewust worden; in de tijd van adolescentie gaat hij al die aspecten serieus nemen.

Dit heeft rust tot gevolg. De adolescent weet nu met al die stromen beter om te gaan.
Het is de tijd van voorbereiding op de volwassenheid.

In de adolescentie moet de jongere leren aan wat hij van zichzelf heeft leren kennen vorm te geven. Dit doet hij door tot overgave aan het leven te komen. Zo kan ook de kosmische begeleiding in hem vorm krijgen.

De adolescent moet zich beschermen tegen een te grote indringing; hij moet tot het besef van eigen identiteit komen.
Hij gaat zijn eigen beslissingen nemen, waardoor hij zich nog intenser van zijn eigen identiteit bewust wordt.

Sommigen zonderen zich af om zich op de toekomst te richten.
Het gebeurt dat de adolescent niet goed onderscheiden wat van hem is en wat van een ander door de grote beïnvloeding van de buitenwereld.

Het doel van de adolescentie is de voorbereiding op het volwassen zijn, zichzelf te verkennen en in zijn onvolmaaktheid te accepteren.

Daardoor komt hij tot heelheid in z’n beleving.

 

Reacties zijn gesloten.