De puberteit, tot 21 jaar

 

De periode van absolute heroriëntatie.

Wat gebeurt er in de puberteit? In deze levensfase ontwaakt in het kind het zicht op de realiteit van de totale wereld.
Een dramatisch gebeuren. De vaak mooie kinderwereld verandert in een wereld die kaal en grauw is.
De ene keer geeft het kind zich over aan de illusie uit de kindertijd, een andere keer valt het in de leemtes in zijn eigen ziel.
Dit heeft grote onevenwichtigheid tot gevolg.

Tijdens de jaren van de basisschool heeft het kind ontdekt dat er een scheiding is tussen het IK en de wereld; in de puberteit bemerkt de jongere dat het alleen in die wereld staat; alleen is wat het is. Dit roept diepe gevoelens van eenzaamheid op.

De puber kan deze leemtes slechts vullen als het zijn eigen identiteit leert ontdekken.

Het menselijk individu is opgebouwd uit verschillende aspecten, lagen, die onderling met elkaar verbonden zijn.
In de puberteit komt raakt die verbinding los; zo kan op een bewuste manier verruiming van bewustzijn ontstaan.

Als het kind zijn ontwikkeling tot dan heeft doorgemaakt op basis van zelfrespect, kunnen deze aspecten versneld bewust gemaakt worden; is er geen zelfidentificatie dan wantrouwt de jongere uiterlijke omstandigheden.
Hij kan zich hierin niet herkennen.

In de puberteit is een kind op weg naar zelfherkenning.
Tijdens dit proces komen persoonlijke aspecten (eerst slapend) wisselend naar boven en worden zo op afzonderlijke wijze bewust gemaakt.

Zo kan een kind tot een sterke IK-identificatie komen.

 

Reacties zijn gesloten.