49 jaar t/m 56 jaar

 

Men kent zichzelf innerlijk en in uiterlijk gedrag. Dat wat men hierbij geleerd heeft, kan men weloverwogen uitdragen. Alles wat men wilde leren is nu aan de orde geweest; de ontwikkeling van de karaktervorming is beëindigd.

Men gaat zich nu opnieuw op de etherische gebieden richten: dit is de geestelijke integratie in de persoonlijkheid.

56 jaar

Personen die onvoldoende zelfliefde hebben ontwikkeld doordat zij zichzelf niet accepteerden, hebben niet toegestaan zich te ontwikkelen; zij lijden aan identiteitsverlies; zij missen innerlijke vrede en voelen zich onrustig.

Het gevolg is dat zij zich ook naar anderen onzorgvuldig gedragen.
Zij zijn zichzelf tot last en dwalen daardoor nog meer van zichzelf weg.
Alleen zelfacceptatie kan hen weer tot rust brengen.
Anderen die hun geestelijke lessen hebben geleerd en zelfkennis hebben ontwikkeld, integreren dit nu in zichzelf.

Daardoor kunnen zij ook anderen ondersteunen; de geest is klaar; deze fase wordt dan een fase van rust.

Via allerlei vormen van creativiteit kan men de innerlijke gesteldheid naar buiten richten; zo ondersteunt men zichzelf en anderen.

 

Reacties zijn gesloten.