Wat is doodsangst…..

Doodsangst grenst aan het gevoel overgeleverd te zijn aan de kosmos, waarbij er totaal geen eigen inbreng is.
Dit is volledige duisternis; er is dan in je gevoel geen bekendheid met en overgave aan iets dat groter is dan jezelf. Ook is er geen eigen inzet om onderzoek te doen naar het hoe en waarom.
In de meest intens ervaren doodsangst die mensen kennen, zijn ze geheel stuurloos en angstig voor de overheersing van duisternis.
Er is dan sprake van angst als ziekte.
De buitenwereld vindt deze angsten vreemd en ziekelijk.
Als iemand zo angstig is dat hij er geheel door beheerst wordt dan kun je spreken van ziek van angst zijn.

Maar er is ook sprake van doodsangst bij levensbedreigende ziekten.
Angst die ontstaat bij iemand bij wie een levensbedreigende ziekte geconstateerd wordt, vindt zijn oorsprong in de angst het leven te moeten verlaten en het in diepte weten dat de levensopdracht nog niet voltooid is.
Er ontstaat hierbij angst om zich te moeten terug trekken, terwijl men innerlijk het gevoel heeft niet klaar te zijn met zijn leven, want het weten van klaar-zijn, ligt in de ziel.
In je gevoel wordt je leven dan vroegtijdig afgekapt.
Uiteindelijk is dit een angst vergelijkbaar met doodsangst, omdat zaken die wezenlijk zijn, niet overzien worden.
We missen dus overzicht.
Juist de angst beperkt ons waarnemingsvermogen.
Op onbewust niveau sluimeren ook oude herinneringsangsten uit voorgaande levens.
Deze droegen wij onbewust met ons mee, maar worden nu weer actief dus voelbaar.

Hoe ontstaat doodsangst?
Doodsangst ontstaat als geestelijk denken ontbreekt
(Dit is het zicht op onze oorsprong en de zin van het bestaan).

We voelen dit dan alsof we overgeleverd zijn aan gevoelens, die wij zelf ternauwernood kennen.De paniek is ook hier het zich in de steek gelaten voelen, zich nergens geborgen weten en niet te weten waar wij naar toe gaan, of weten of er überhaupt wel een bestemming is.
Doodsangst is versterkt aanwezig als men zichzelf moeilijk kan vergeven.
Ook als men kwaad spreekt over anderen, want hierdoor ervaart men zichzelf eenzamer.
Als men negatief op anderen gericht is, krijgen zij geen vrijheid, dit ervaart men dan ook zelf.
Hierdoor wordt de bevrijding van het sterven belemmerd.
Mensen die veel hebben laten liggen binnen hun contacten, zullen moeite hebben over te gaan, daar zij onbewust weet hebben nog bepaalde zaken te moeten uitwerken.
Dit bemoeilijkt het overgaan; want zij hebben het gevoel nog veel te moeten inhalen.
(Een ziekbed is de mogelijkheid nog veel af te ronden, voordat men overgaat.)

Angst dat wat men tot nu toe ontwikkeld heeft zal verliezen.
Als de mens bewust wordt wie hij werkelijk is: een geestelijk wezen, op weg naar de herinnering van zijn goddelijk zijn, op een bewuste wijze, dan ontmoet hij veel weerstanden in zichzelf.
B.v. de angst dat wat hij tot nu toe ontwikkeld heeft zal verliezen.
Als men door zijn bewustzijnsontwikkeling de drang voelt zich van de hang naar de aarde te bevrijden en deze te overstijgen, voelt men dus angst voor verlies.
Wat denk je dan te verliezen?
De mens heeft tot nu toe eigenmachtig getracht zich te handhaven, niet vertrouwend op de universele kracht die in hem huist.
Hij is bang te verliezen wat hij in de persoonlijkheid ontwikkeld heeft.
Deze angst speelt een grote rol en het is belangrijk deze te onderkennen.

(zie volgende kolom)
(vervolg)

Kijken we eens naar deze angst.
Het doet de ziel zich herinneren aan de val uit het paradijs; dit heeft diepe wonden in ons geslagenen deze kom je weer tegen wanneer je je durft te richten naar een diepere vorm van handelen: bv als je tot vernieuwing komt.
Angst voor verlies op deze wijze ontmoet je dus wanneer je voor de poort van bewustwording staat.

Hoe kunnen we ons genezen van angst….
1e    Allereerst kan de mens die angstig is zichzelf binnen zijn angstig-zijn gaan onderzoeken; om zichzelf te leren kennen op dit gebied.

2e    Wanneer je diverse facetten ontdekt, geef jezelf dan allereerst het recht te zijn wie je bent in alle facetten van angst van jezelf die je tegenkomt. (Want hierdoor verdwijnen je remmingen.)

3e    Nu dien je af te dalen in je eigen bewustzijn.
Wat kom je dan tegen?

Allereerst de ontkenning van je angst.
Tot nu toe achtte je je daadkrachtig genoeg om angst uit de weg te gaan;
maar diep verborgen in je bewustzijn huist toch de angst.
En deze kom je bij innerlijk onderzoek tegen.
En…. angst valt niet te ontkennen.

Angst meldt zich juist sterker aan wanneer hij ontkend wordt.

Als je angst ontkent zal je deze steeds dieper in je voelen opleven.

4e    In de volgende fase van bewustwording voel je dat je niet langer weg kan lopen voor de angst die in je ligt en gekend wil worden. Nu echter kan je er opnieuw naar kijken.

5e    Dit is een nieuwe fase.
Dat wat je nu van jezelf kent en waardeert dient je nu ook naar buiten te richten; eerst gaat dit dikwijls met schroom; maar het aangaan van processen helpt deze schroom te overstijgen.

6e    Wat is de oorzaak van deze schroom?
Daaronder ligt weer de angst om niet herkend te worden door anderen.
Dus de angst dat de ander hem niet zal bevestigen in wat innerlijk in hem leeft.
Maar hoe meer we ons bewust zijn van onze eigen waardigheid des te meer zal de buitenwereld genegen zijn ons deze plaats toe te kennen.

7e    Maar als je werkt aan de bevestiging van anderen naar wat je zelf bent maakt dat je weer bang om hoogmoedig te worden.
De angst niet nederig te kunnen blijven binnen je eigen opdracht.
Sta hierbij jezelf toe fouten te maken; zo kom je tot acceptatie van alles wat je bent.
Zo leer je jezelf als geheel te aanvaarden en daalt de nederigheid tot in de stof.

Als men deze laatste angst overwint, is men werkelijk dienstbaar.

 
Doodgaan is een keuze die de mens zelf maakt. De mens die geen keuzes maakt is onvrij, gebonden.
Doodgaan is een keuze die de mens zelf maakt. Is er onvoldoende contact met zijn wezen dan zal de keuze voor doodgaan niet gevoeld worden. Zo kan sterven moeilijk worden.
De mens die op het einde van zijn leven oog heeft voor het begin van iets anders, heeft meestal verwachtingen.
Hiermee wordt niet bedoeld het kunnen zien van een nieuwe werkelijkheid, maar wel het vertrouwen durven geven aan een ongekende toekomst.
Als een mens tijdens het doodgaan vertrouwen geeft aan zijn toekomstige werkelijkheid die hij niet kent in haar totaliteit, kan hij toch zijn aardse leven beëindigen.
Dit berust op een weten vanuit zijn ziel.
Wanneer de geest tot “aarde” is geworden, is hij als het ware klaar met zijn bestemming; zij het wel afhankelijk van de hoeveelheid geest die hij op aarde in de stof wilde brengen.
Dat ligt besloten in de levensopdracht.
Wanneer de bestemming is aangegaan dan is het weer tijd te vertrekken.
Rond het 70ste jaar is het zelfaanzien van de mens in wijsheid groter geworden.
Op deze leeftijd kan men liefdevol tot zelfbeoordeling komen.
De mens overziet nu bewust wat zijn levensbestemming was: wat hij er van ontwikkeld heeft en wat hij heeft laten liggen.
Alles wat in het leven bewust is zal een volgende incarnatie vergemakkelijken.
Dit is belangrijk en heeft verstrekkende gevolgen.

Tijdens de Leeftijdsfase na het 70ste jaar, wordt de oudere mens herinnerd aan voorafgaande ervaringen.
Men heeft dan de kans stukken die niet eerder zijn opgepakt alsnog op te halen en te verdiepen.
Zij die alles uit het leven gehaald hebben wat zij in opdracht in zich hadden zullen op 70jarige leeftijd sterven.

Een langere levenstijd wordt genomen om ruimte te krijgen bepaalde levensprocessen die meer tijd behoeven, alsnog te doorlopen.
Zo behoeft men niet overhaast door processen heen.
Ook kan men lang leven om de kans te krijgen gedetailleerd terug te schouwen.
 

Anna Lamb

Reacties zijn gesloten.