De zin van het bestaan in de laatste levensfase

(door: Johanna Béaart)

Als lid van de werkgroep  ”De laatste levensfase”, wil graag ik iets vertellen over deze nu nog vaak zo moeilijke, maar tevens belangrijke periode in een mensenleven.

Een van onze doelen is de mens bewuster te maken van de zin van zijn bestaan binnen de specifieke kenmerken van de laatste levensfase, zodat men deze fase bewuster zal aangaan.

Kort geleden hoorde ik op de televisie een 92-jarige vrouw zeggen: “Het gaat niet om de lengte, maar om de inhoud van je leven.” En dat is nou precies wat wij als werkgroep willen uitdragen.

De maatschappij gaat dikwijls voorbij aan de belangrijke inhoudelijke betekenis van deze periode van ons leven.De nadruk ligt meestal op de beperking van het lichamelijk functioneren, de fysieke achteruitgang; aftakeling zoals men dat menigmaal noemt.

Rimpels zijn voor velen in hun ogen al een teken van verval, dus wèg er mee, òp naar de plastisch chirurg. De maakbaarheid van het leven is ons met de paplepel ingegoten.

De meeste mensen verzetten zich tegen lichamelijke beperkingen, waardoor hun lijden eigenlijk nog meer wordt vergroot. Zij zouden er meer baat bij hebben wanneer zij zouden kijken naar wat deze ziekte of kwaal aan bewustwordingsmogelijkheden in zich kan dragen.

Menigeen voelt zich slachtoffer. Hierbij kijkt men alleen maar naar wat men niet meer kan en vergeet de mogelijkheden die er nog wel zijn.

Ik spreek uit eigen ervaring als ik zeg dat het absoluut niet makkelijk is om te leren omgaan met een lichamelijke beperking. Maar naarmate je leeftijd stijgt, krijgt iedereen in mindere of meerdere mate met pijntjes en kwaaltjes te maken. Vaak is het een signaal vanuit je ziel; een oproep anders met je leven om te gaan.

Zie volgende kolom

Vervolg
Doordat mijn moeder in een aanleuningwoning woont, kom ik regelmatig in kontact met bejaarden die zeggen dat hun leven geen zin meer heeft; dat ze alleen maar op hun dood zitten te wachten..

Als lid van de werkgroep hoop ik verandering te brengen in de negatieve spiraal waar deze ouderen in terecht zijn gekomen, waarbij zij steeds minder zin in hun bestaan ervaren. Heel voorzichtig probeer ik bij deze tachtigers en negentigers een opening te vinden voor het besef van de nog steeds waardevolle kanten van hun leven. 20Ik vertel hun dat doorleefde gezichten en handen vele malen mooier zijn dan een kunstmatig gepolijste babyface.

Wat ik ook vaak benadruk is, dat ziekte geen straf van God is. Ik merk dat dit nog steeds een diepe angst bij oudere gelovige mensen is. Het vergroot bovendien hun angst voor de dood.

Ook zou ik het liefst grote groepen ouderen in bejaarden- en verpleeghuizen over de zinvolheid van “de laatste levensfase” willen vertellen en hun brengen bij wat echt wezenlijk belangrijk in het leven is om daarna op het einde ervan met een gerust hart te kunnen sterven.

Overal zouden ouderen de kans moeten krijgen het spirituele aspect in hun leven te meer aandacht te schenken, door middel van lezingen en meditatieochtenden. In bejaardencentra ontbreken die mogelijkheden.

Ook om die reden zit ik in de werkgroep, want ik voel het als een steeds sterker wordende wens de ouderen meer te bieden dan hun tijd slechts te vullen met hen te laten zitten wachten op hun dood. Ik zou hun willen helpen de betekenis van hun bijna voorbije leven te vinden.

Ik hoop zo een bijdrage te gaan leveren opdat velen op het einde van hun leven tevreden en in overgave kunnen sterven….

Want dit en meer …vormt een diepe zin van mijn bestaan…..

Johanna Béaart

Reacties zijn gesloten.