Wezenlijke vervulling in de laatste levensfase

Veel ouderen schouwen terug in het verleden en zien soms met zorg en terughoudendheid vooruit naar wat hen te wachten staat. Zij zijn dan weg bij hun beleving in het nu. En juist het nu bepaalt wat men morgen zal ervaren. Nu is men wat men geworden is, dankzij het verleden. Men zou zich niet zo bezig moeten houden met de tijd. De zelfbeleving in het nu zou beter zijn.

Belangrijk is dat de oudere mens zichzelf toestaat volledig tot rust te komen. Wanneer men door alle moeizame beperkingen heen zich toch volledig wenst in te spannen, gaat men gehaast leven. Hierbij ontneemt men zichzelf het hebben van het plezier bij het verrichten van de dingen van alle dag.

Men zal mild en bewogen de eigen lichamelijke beperking kunnen bezien. Hierdoor wordt de intentie van zijn handelingen veelzeggender naar buiten toe. Veel ouderen durven bijna niet naar buiten toe of hebben weinig behoefte om te gaan lopen. Angst om te vallen, aangevallen te worden en onevenwichtigheid zijn hiervan dikwijls de oorzaak. Door deze onzekerheden heen te gaan verbetert hun lichamelijke en geestelijke constitutie.

Geestelijk stimuleert het hen ook voort te gaan ondanks tegendruk.
De oudere mens moet zich meer en meer bewust zijn van wat zijn of haar wezenlijke verlangens zijn. En deze dan ook verwezenlijken. Velen willen contact, maar durven hieraan niet toe te geven. Zij kunnen zichzelf er toe bewegen zelf contacten op te nemen indien zij dit wensen.

Lichamelijk verval.
De mens die ouder wordt ondergaat geestelijk en lichamelijk veranderingen. Naarmate de geest zich zuivert, trekt de geestelijke energie zich stelselmatig terug uit het fysieke lichaam. Het lichaam verstoffelijkt meer en meer, maar wanneer de geestkracht zich teruggetrokken heeft, blijven slechts luttele resten over.
In aanvang van dit geestelijk terugtrekkingsproces zullen vele veranderingen het lichaam een stigma van verval geven.
Echter wat zich lichamelijk onttrekt voegt zich bij de geest/ziel. Immers vele lessen zijn geleerd, inzichten doorzien.

De mens in onze wereld is vervuld met weerzin tegen lichamelijk verval, daar dit verbonden is met het idee dat verval en vernietiging één zijn.Verval roept associatie op met minderwaardigheid. Dit geeft bij zowel de oude als de jonge mens, als zij met elkaar te maken krijgen, gevoelens van onbehagen, waarbij de oudere zich er op aangekeken voelt en de jongere zich afstandelijk, soms met weerzin, gedraagt.
De oude mens dient zich te realiseren wat het lichaam werkelijk is en de jonge mens dient voorbereid te worden hoe hiermee nu en later om te gaan.

Reacties zijn gesloten.