Brochure: De laatste levensfase

Gratis te downloaden

De ouderdom, gezien vanuit een spirituele achtergrond*

In deze tijd worden ouderdomsverschijnselen vaak negatief gekoppeld aan verval van geestelijke en lichamelijke mogelijkheden.
Hierbij wordt de spirituele dimensie niet waar genomen.

De ouderdom is, gezien vanuit een spirituele achtergrond, een voorbereidende fase om te komen tot herstel van het contact met de geestelijke wereld, waar men oorspronkelijk van afkomstig is.

Waar kleine kinderen van het licht komende zich langzaam gaan verbinden met de stoffelijke wereld, zo is de oudere mens aan het overgaan naar de geestelijke wereld toe. Dit vindt plaats doordat zich ervaringen via oplichtende energieën voordoen, die de grovere materie helpen af te breken om deze naar een verfijndere frequentie toe te brengen.

Na 60 levensjaren ontstoffelijken we meer en meer.
Onze levensopdracht* gaat steeds fijngevoeliger doorwerken en wordt minder stoffelijk zichtbaar. Het leven richt zich meer naar een innerlijk gericht zijn.

Grove structuren worden dan ook bij het ouder minder goed verdragen en verwerkt (Zoals bij kinderen).
Zo heeft men eerder last van indringende geluiden; zwaar voedsel; heftige emoties; veelvuldige indrukken. De menselijke structuur verijlt steeds meer en steeds verder, en alles dient verwerkt te worden d.m.v. steeds ijlere mechanismen. Opgedane ervaringen bv. emotioneel, onverwerkte zaken, die in het lichaam als grovere energieën liggen opgeslagen, dienen verwerkt te worden, zodat zo min mogelijk onverwerkte zaken achterblijven.

Het is nodig ons leeg te maken van herinneringen uit het verleden voordat we dood gaan.
Ook zullen we eerst dienen te komen tot innerlijke zelfkennis.
Belangrijk is als we gaan doorzien dat het nodig is ons leeg te maken van herinneringen uit het verleden voordat we dood gaan, zodat er zo min mogelijk bagage mee hoeft.
Ouderen vinden het daarom vaak fijn om in herhalingen te spreken over wat zij eens meegemaakt hebben.

Levensmoed ten aanzien van de laatste levensfase.
Er is op dit moment over het algemeen in de ouder wordende mens sprake van het bezitten van onvoldoende levensmoed ten aanzien van de laatste levensfase.
We zullen onszelf nu al dienen toe te staan tevreden te zijn met eenvoudige dingen.Simpele dingen waar we van kunnen genieten.

De ouderen stellen zich vaak te inschikkelijk op.
Hier in het westen is men de mening toegedaan dat de jongeren voorrang verdienen, waardoor de ouderen zich vaak te inschikkelijk opstellen naar de jongeren toe en hun eigen behoeften onvoldoende uitspreken.De jongeren worden hierdoor onvoldoende geïnformeerd vanuit de levenservaringen van de ouderen.
En de oudere voelt zich steeds minderwaardiger doordat hij zelf onvoldoende zijn eigen waardig zijn beseft.

Als men zo’n 50 jaar is geworden kent men zichzelf, d.w.z. zijn innerlijk en in uiterlijk gedrag en dat wat men hierbij geleerd heeft, kan men weloverwogen uitdragen.Alles wat men wilde leren in dit leven is, is dan aan de orde geweest. De ontwikkeling van de karaktervorming is beëindigd. Men gaat zich nu opnieuw op de etherische gebieden richten. Dit is een geestelijke integratie in de persoonlijkheid die in deze fase plaatsvindt.

Personen die onvoldoende zelfliefde hebben ontwikkeld.
Personen die onvoldoende zelfliefde hebben ontwikkeld doordat zij zichzelf niet accepteerden, lijden aan identiteitsverlies en zullen bemerken dat zij innerlijke vrede missen en zich onrustig voelen.Het gevolg is dat zij zich ook naar anderen onzorgvuldig zullen gedragen. Zij zijn zichzelf tot last en dwalen daardoor nog meer van zichzelf weg. Alleen zelfacceptatie kan hen weer tot rust brengen.

Zij die hun geestelijke lessen hebben geleerd en zelfkennis hebben ontwikkeld.
Anderen die hun geestelijke lessen hebben geleerd en zelfkennis hebben ontwikkeld, integreren dit in deze fase van het leven in zichzelf.
Daardoor kunnen zij ook anderen ondersteunen.
De geest is dan klaar.
Deze fase wordt dan een fase van rust.

Na het 60e levensjaar vindt men het niet meer nodig zich naar buiten toe te presenteren. Men laat nu anderen voorgaan. Dit is belangrijk omdat velen zich in de samenleving slecht gehoord voelen: weinigen geven anderen voorrang vanuit wezenlijk doorleefde rust. Deze vorm van voorrang verlenen werkt bemoedigend op hen die dit in relatie met de oudere mens ervaren, b.v. jongere mensen. De oudere mens leert nu de diversiteit aan personen en gedragingen kennen op een doorleefde wijze. Zo krijgt hij een overzicht van gradaties van verschillendheid op aarde.

Na het 70e jaar is het zelfaanzien in wijsheid groter geworden; zo kan men liefdevol tot zelfbeoordeling komen. Men overziet nu bewust zijn levensbestemming en wat men er van ontwikkeld heeft. Dit is tevens een aanzet tot het sterven, dat na verloop van tijd zich zal aandienen.
Maar nu al heeft men het overzicht dat na de dood onder geestelijke begeleiding nogmaals gezien zal worden. Het is de tijd van echt zichzelf aanzien; men ziet ook wat men binnen zijn levensbestemming heeft laten liggen. Alles echter wat in dit leven bewust is geworden, zal een volgende incarnatie vergemakkelijken. Deze fase is zeer belangrijk en kan verstrekkende gevolgen hebben.

In de de leeftijdsfase na het 70ste jaar wordt de mens herinnerd aan voorafgaande fases en krijgt hij de kans om stukken die niet zijn opgepakt alsnog op te halen en te verdiepen. Mensen die alles uit het leven gehaald hebben wat zij in opdracht in zich hadden, kunnen op die leeftijd sterven.

Een langere levensduur wordt genomen om ruimte te krijgen bepaalde levensprocessen die tijd behoeven te doorlopen. Zo is het niet nodig overhaast door processen heen te gaan. Ook is het mogelijk een opdracht te hebben als leermeester voor anderen te functioneren.
Men kan dan vele mensen op het vlak van uiterlijke dienstverlening nog raken.
Een lang leven kan ook bedoeld zijn gedetailleerd terug te kijken.

Doodgaan is een keuze die de mens zelf maakt. 
De mens die geen keuzes maakt is onvrij, gebonden. Is er onvoldoende contact met zijn wezen dan zal de keuze voor doodgaan niet gevoeld worden. Zo kan sterven moeilijk worden. De mens die op het einde van zijn leven oog heeft voor het begin van iets anders, heeft meestal verwachtingen.
Hiermee wordt niet bedoeld het kunnen zien van een nieuwe werkelijkheid, maar wel het vertrouwen durven geven aan een ongekende toekomst.
Als een mens tijdens het doodgaan vertrouwen geeft aan zijn toekomstige werkelijkheid die hij niet kent in haar totaliteit, kan hij toch zijn aardse leven beëindigen.
Dit berust op een weten vanuit zijn ziel.

Het is weer tijd te vertrekken.
Wanneer de geest tot “aarde” is geworden, is hij als het ware klaar met zijn bestemming; dan is het weer tijd te vertrekken. Zij het wel afhankelijk van de hoeveelheid geest die hij op aarde in de stof wilde brengen. Dat ligt besloten in de levensopdracht.

Hoe kan de mens in deze laatste fase van zijn leven nu wezenlijk vervulling ervaren?
Veel ouderen schouwen terug in het verleden en zien soms met zorg en terughoudendheid vooruit naar wat hen te wachten staat.
Zij zijn dan weg bij hun beleving in het nu. En juist het nu bepaalt wat men morgen zal ervaren. Nu is men wat men geworden is dankzij het verleden.
Men zou zich niet zo bezig moeten houden met de tijd. De zelfbeleving in het nu zou beter zijn. Belangrijk is dat de oudere mens zichzelf toestaat volledig tot rust te komen.
Wanneer men door alle moeizame beperkingen heen zich toch volledig wenst in te spannen, gaat men gehaast leven. Hierbij ontneemt men zichzelf het hebben van het plezier bij het verrichten van de dingen van alle dag.

Lichamelijk verval.
De mens die ouder wordt ondergaat geestelijk en lichamelijk veranderingen.
Naarmate de geest zich zuivert, trekt de geestelijke energie zich stelselmatig terug uit het fysieke lichaam.
Het lichaam verstoffelijkt meer en meer, maar wanneer de geestkracht zich teruggetrokken heeft, blijven slechts luttele resten over. In aanvang van dit geestelijk terugtrekkingsproces zullen vele veranderingen het lichaam een stigma van verval geven. Echter wat zich lichamelijk onttrekt voegt zich bij de geest/ziel. Immers vele lessen zijn geleerd, inzichten doorzien.
De mens in onze wereld is vervuld met weerzin tegen lichamelijk verval, daar dit verbonden is met het idee dat verval en vernietiging één zijn. Verval roept associatie op met minderwaardigheid. Dit geeft bij zowel de oude als de jonge mens, als zij met elkaar te maken krijgen, gevoelens van onbehagen, waarbij de oudere zich er op aangekeken voelt en de jongere zich afstandelijk, soms met weerzin, gedraagt.
De oude mens dient zich te realiseren wat het lichaam werkelijk is en de jonge mens dient voorbereid te worden hoe hiermee nu en later om te gaan.

(Vervolg: zie volgende kolom)

             (Klik hier om dit artikel te downloaden)

(Vervolg van vorige kolom)

Men zal mild en bewogen de eigen lichamelijke beperking kunnen bezien.
Veel ouderen durven bijna niet naar buiten toe of hebben weinig behoefte om te gaan lopen. Angst om te vallen, aangevallen te worden en onevenwichtigheid zijn hiervan dikwijls de oorzaak. Door door deze onzekerheden heen te gaan verbetert hun lichamelijke en geestelijke constitutie. Geestelijk stimuleert het hen ook voort te gaan ondanks tegendruk.

De oudere mens moet zich meer en meer bewust zijn van wat zijn of haar wezenlijke verlangens zijn. En deze dan ook verwezenlijken. Velen willen contact, maar durven hieraan niet toe te geven.

Selectiever worden in het zien.
Veel ouderen denken doordat zij slechter gaan zien, zij daardoor ook minder mens geworden zijn. Dus ook innerlijk minder zien. Maar het afnemen van het gezichtsvermogen heeft juist tot doel het innerlijk gewaarworden te vergroten; b.v. door de impulsen meer serieus te nemen dan voorheen. Veel naar buiten kijken kan afleidend zijn. Achteruitgang van het zien is een oproep tot diepere gewaarwording te komen, want anders komt men onvoldoende zichzelf tegemoet.

Achteruitgang van het gehoor betekent ook niet dat men wezenlijk minder hoort. Maar door het slecht lichamelijk horen kan men eigenmachtig meer geluid naar zich toe trekken, zoveel als men zelf behoeft. Zo houdt men zich minder afzijdig van zaken die wezenlijk zijn voor deze persoon. Vooral de oudere mens wordt door zijn meer gevoelig zijn chaotisch van het optimaal kijken en luisteren, daar hij zeer veel registreert en makkelijk uit balans raakt. Nu wil men de impulsen van buitenaf niet meer helemaal volgen; selectiever worden in horen en zien; nu door hen zelf bepaald en gericht, gericht op zelfverwerking, op zaken die men wezenlijk acht.

Ook wordt men meer en meer met rust gelaten, meer dan voorheen, waardoor men zich niet teveel behoeft af te keren van het onderwerp, met als gevolg dat men zich innerlijk meer kan verkennen zonder dat men zichzelf uiterlijk geweld aandoet. Een enkel gebaar of hoofdknik is nu voldoende zodat men zich niet onnodig behoeft in te spannen. De acceptatie heeft rust tot gevolg; ook is er geen tijdnood; is men meer inactief, waardoor men eerder tot verdieping kan komen.

Het uitvallen van andere lichamelijke functies kan leiden tot bv. creativiteitsvorming op andere gebieden. Soms door middel van expressie, maar ook door innerlijke beeldvorming. B.v. minder makkelijk met de handen te voelen, waardoor er meer behoefte ontstaat aan handcontact; dit wordt daardoor belangrijker (handjepakken!). (Men moet er op bedacht zijn wat dit voor de ander betekent!) Ook kan men expressiever in oogcontact worden; knikken. Hierdoor ontstaat verbetering in wezenlijk aangeraakt te willen worden en aan te raken. Dit wordt meegenomen als gewonnen waarde na ’t leven.
Zoals bij lichamelijk gehandicapten hun handicap gebieden stillegt, waardoor andere gebieden geactiveerd en gestimuleerd worden, zo is er ook bij de ouder wordende mens sprake van een beperking van het ene gebied en ontsluiting van een andere gebied. Daardoor ontstaan er snellere activiteiten die de innerlijke geestkracht doen verlevendigen.

De toenemende verstarring van het ouder wordende lichaam.
Dit is op dat moment voor veel mensen zeer moeilijk te aanvaarden. Het gaat ook moeizaam omdat ze niet op jonge leeftijd geleerd hebben zich geestelijk te gedragen. Hierdoor ervaren zij deze beperking als bekrompen zijn, in dit verstarde lichaam.Maar bij mensen die wel geestelijk gericht zijn kan dit ook geestelijke kwaliteiten doen vergroten.

De oude mens verteert de restanten van zijn aanwezigheid op aarde.
Stel je ook voor: een oude mens, kwetsbaar en teer, met een bijna vormloos lichaam: maar…via de kruin is er sprake van een zeer open verbinding met de kosmos. Het lichaam is uitgeput, ook innerlijk is deze persoon afgemat.
Deze mens is niet meer in staat zich te verbinden met allerlei zaken, die buiten hem staan. Het lichaam valt stil. De energieën trekken zich terug en worden naar de geestelijke gebieden getrokken en afgestaan (zoals ’s winters de bomen hun vocht terugtrekken uit de bladeren, takken en stam).
Het kruinchakra wordt verbreed; wordt een lichtgloed.
Zo verteert de oude mens de restanten van zijn aanwezigheid op aarde; een zeer oplichtende werking voor het aards bestel daar deze mens zijn reiniging zelf ter hand neemt en dit hem een diep gevoel van zelfvoldaanheid geeft.
Hij is zichzelf genoeg.

Dan verlaat ’t leven deze mens; geen stoffelijke, energetisch beperking blijft meer achter en zijn herinneringen neemt hij mee.
Niets blijft achter; de organen zijn verteerd, waarin wellicht nog negatieve trillingen heersten. Deze worden de aarde onthouden en zullen aarde en ether niet meer belasten. Het lichaam laat zo geen enkele negatieve resonantie meer achter.
De geestelijke frequentie wordt, al voor men dood is, moeiteloos ingegaan.
Toch zijn dit soort uitteringsprocessen veelvragend voor de mens.
(Vergelijk ’t maar met een vlinder die zijn cocon verlaat; een zwaar en moeizaam proces, daar uit de starre cocon zó’n etherisch insect zichzelf dient te bevrijden.)

Lichtende gestaltes helpen de mens los te komen van zijn stoffelijk lichaam.
Zo kan de mens in deze fase zich moeizaam bewegen.
Hiervoor wordt hij geholpen door lichtende gestaltes. Deze helpen de mens los te komen van zijn stoffelijk lichaam, door middel van allerlei zuiverende handelingen die het losmakingsproces b.v. versneld op gang brengen, daar deze persoon reeds klaar is het geestelijk leven te betreden; maar ook duidelijkheid te brengen middels inspiratieve influisteringen of verbindingen waardoor geestelijk liefde de mens versterkt in het verlangen het aardse leven te verlaten en hierdoor vanzelfsprekend loslaat.
De oude dag biedt hiervoor gefaseerd de aanzet.

De geestelijke en soms ook lichamelijk pijn die de oude dag met zich meebrengt.
Toch is het moeilijk voor de mens om te gaan met de geestelijke en soms ook lichamelijk pijn die de oude dag met zich meebrengt. Belangrijk is dat men zich ten volle bewust wordt hoe deze pijn voelt en wat zij is; dus door deze al jong niet weg te drukken en te ontkennen, maar ook niet te vergroten en te verergeren zal het lijden op de lange duur minder indruk
in de persoonlijkheid achterlaten en zal in de periode van de ouderdom ook lichamelijk en geestelijk lijden minder zwaar zijn, daar de eerdere ervaringen van lijden zijn verwerkt en geaccepteerd en deze nieuwe ervaringen daardoor niet extra worden belast.

Steun om tot acceptatie te komen van pijnervaringen.
Helpend is wanneer men zich kan realiseren dat lichamelijk en geestelijk lijden een diepgaande betekenis hebben en niet zinloos zijn; ook geen straf van God, maar een diep menselijke ervaring om de wijsheid te ontplooien die op dat moment wenst zich te ontvouwen.
Dit zal steun geven om tot acceptatie te komen van dit deel op de levensweg.
Ook is het van belang de negatieve ervaring naast de positieve ervaringen te leggen, die er ook zijn. Bijvoorbeeld: word niet de ziekte, de handicap of beperking; tracht je open te stellen voor de transformatie die werkende is en deze als voeding in geestkracht om te zetten.

Verzet. 
Een ander voorbeeld: verzet, wanneer je je wil terug houden in vooruitgang, doet dit de emoties verkrampen; zo ook ’t lichaam en versluiert het diepere inzicht waardoor lijden zowel lichamelijk als geestelijk wordt vergroot.

Geloof niet altijd wat dikwijls maatschappelijk wordt gespiegeld.
Overgave, acceptatie, actieve kracht op terughoudende, aangepaste wijze geven voldoening en uiteindelijk vervulling. Ook humor kan relativeren.
Geloof niet wat dikwijls maatschappelijk wordt gespiegeld,
b.v.   “het arme oudje;
ach zij weet ’t niet meer;
we gaan samen lekker slapen!”

Trek naar je gevoel van innerlijke waardigheid; word je bewust van wie je bent in diepte, niet naar wie je in het verleden was of wat je leek te zijn. Word je bewust van je proces een oude mens te zijn, op weg naar de voleinding van het leven op een geëigende wijze.
Weet wel: de maatschappij is zich hiervan bijna niet bewust; verwacht daar daarom niet teveel van. Het is wat het is. Nu is dit precies goed.

Maar voor alles wees blij met jezelf, dat je eens de moed had deze beperking in te gaan…… om te groeien…

*Onze levensopdracht is het totaal aan ontwikkelingsaspecten dat wij in dit leven ons willen eigen maken.
*Mede dankzij inspiratie van M.de Vrij.

Reacties zijn gesloten.